Naar inhoud

Praktisch

Archief

Werft 30
2440 Geel


tel. 014 56 66 90
archief@geel.be

Geschiedenis Geel - 03 De heer en zijn drossaard

Eerste bladzijde van resolutieboek van de vrijheid Geel (1757-1795) (OGA nr. 21)

Het hoogste gezag in Geel berustte tijdens het ancien régime bij de bezitter van de heerlijkheid, man of vrouw. Aanvankelijk was de macht van die personen nog quasi onbeperkt, zoals het gangbaar was in de vroege feodaliteit, maar dat veranderde geleidelijk aan in de goede zin. De heer of de vrouw van Geel stelde een drossaard aan, een vertrouwenspersoon die belast werd met het dagelijkse bestuur van de heerlijkheid. Die ambtenaar kreeg uitgebreide bevoegdheden. Hij rapporteerde aan zijn opdrachtgever. Voor de belangrijkste zaken nam die laatste toch zelf de ultieme beslissing.

De bijzonderste plicht van de drossaard bestond erin de belangen van de heer te behartigen. Uiteindelijk was het immers de bedoeling dat er inkomsten vanuit de heerlijkheid naar de geldkoffer van de heer vloeiden. Wanneer de drossaard door afwezigheid of ziekte verhinderd was zijn ambt waar te nemen, trad zijn plaatsvervanger, de stadhouder, in actie. De eerste drossaard wiens naam ons bekend is, heette Wouter Schellink. Hij wordt als drossaard van Hendrik I Berthout vermeld in een oorkonde van 1251.


Vanaf de zeventiende eeuw stelden de bezitters van de heerlijkheid, die toen tot adellijke Franse families behoorden en van Geel vervreemd waren, een intendant aan die als tussenpersoon optrad in de betrekkingen van de heer met zijn onderdanen.